goederen (c) Anna Carlier
en gastschrijvers





vrijdag 27 februari 2026

Zorgvrouw

 


we zien haar halverwege de straat

de tranen snijden rivieren door haar huid

het regent opzij in haar incomplete huis

toch, of juist daarom komt ze naar buiten

in haar hand, aanbiedend, steekt ze voor zich 

vrolijk heen en weer schuddend 

een pluchen beer uit die jingle bells zingt

wiens neus een rood lichtje verstopt, het pinkt

wanneer je ’t knopje in z’n handpalmpje vindt

de vinnigaard die mijn zoon is danst vol vreugde met z’n nieuwe vriend

kan uit ongeduld niet wachten en zet halverwege het liedje alweer op 

(en nog eens en nog een keer en opnieuw en dan nog eens en alweer en nog en nog)

de vrouw lacht

haar hoge mondhoeken zorgen dat 

de geulen die het landschap van haar gezicht doorkruisen

nog wat verder wegzinken 

ze vertelt 

ik lees de diepte van haar verdriet

ben dankbaar voor de vreugde die ze delen wil

in de vorm van een zingend knuffelbeertje

vanuit haar deurgat zwaaien we nog een laatste keer naar elkaar

de batterijbeer verlaat de handen van mijn kleinste niet meer