goederen (c) Anna Carlier
en gastschrijvers





zondag 3 augustus 2014

.


Snel



zonovergoten regenbillen gieten
nee genieten
van de zee die springt
op haar dijen

ze lijkt nat te zijn
maar schijn bedriegt
verdriet voor niet
ze zijn venijn

haar gedachten
slingeren negen op tien
in de droom van hemeltje lief
meneer de is daar weer

en voor hij het weet
verschiet hij zich
verslikt hij zich
en verjaart hij niet langer meer


woensdag 23 juli 2014

Roestboot



de roestige pist bed in de boot

samengeperste onwetenheid viel recht uit 

toen hij de ondergaande zon alreeds zag

en toen vaarde hij aan

verdronk in zijn smoor

vereeuwigde in het zout

voor hij de rest verloor



Uitgeverij ROESTBOOT//PIER (Westerstrand, Amsterdam)
werkcompanytitel/artistieke roepnaam: "hier moet nog over nagedacht worden"

zaterdag 21 juni 2014

gezwommen




ik ben gezwommen

de brief knelt


ik zie ze verstommen

starend verzwegen ze


misschien als het had gekund

waart ge wel langskomen


ik zoek 't verdriet

in de nacht zijn wezen


en de ochtend zijn strekking

weent




woensdag 2 april 2014

One Ticket To Desire Please





Ze lacht, ze lacht, ze lacht.
Ha, ze lacht, ze lacht, ze lacht.

Geef maar toe… dat ge niet weet waar deze lijn zal stoppen.
Wie hem weer zal doortrekken.
Wie hem weer zal oppikken.
Wie hem weer zal snijden.
Wie hem zal kerven.
Wie hem zal branden. In de kern van ons bestaan.

En opnieuw… ze lacht.
Haar onkunde laat haar lachen.
Ze weet van niets, ze kent hem niet (diegene die de lijn oppikt).
Dus dan kan ze niets anders dan lachen.
Misschien, als hij haar gelach hoort, stopt hij met kerven. Dan kan hij misschien overgaan tot zachtjes met een krijtje of een pluimpje de lijn in de richting te trekken van een oceaan of van een bloemenweide of van een moederschoot.
Misschien als hij haar gelach hoort heeft hij medelijden met de gekke vrouw. Durft hij niet meer verder kerven, zich bewust dat als er gesneden zal worden er misschien teveel verdwijnt. Het bestaan van de gekke vrouwen is al zo onbenullig. Een kerf in haar bestaan zal al genoeg zijn om de vrouw helemaal uit te wissen.
Misschien als hij haar gelach hoort, denkt hij dat hij mee wil lachen. Dat hij het plezier om het niets ook wil kennen. Dat hij het plezier dat voortkomt uit een onkunde, ook wil ervaren.
Misschien zoekt hij haar dan op.
Misschien loopt hij dan weg.
Misschien stopt hij dan met kerven en snijden en branden van de lijn.
Misschien waarschijnlijk.
Onwaarschijnlijk.
Absoluut niet.
Het is een verrader. Hij zal blijven kerven en snijden en branden.

De vrouw stopt. Ze stopt. Ze lacht niet meer. Ze weet nu dat hij een verrader is. Dat hij niet met krijtjes en pluimpjes zal werken, dat hij niet zal meelachen en dat hij al helemaal niet het type is dat medelijden kent.
Ze grijpt naar haar laatste overlevingsmechanisme. Ze herpakt haar kunde. Ze zoekt verleiding. Ze zoekt verlangen. Waar is het?
Ze loopt niet meer weg. Ze heeft geen lach-afweermechanisme meer. Ze gaat naar hem toe. Ze zoekt hem.

Waar verstopt een verrader zich? Een kerver?
In de moederschoot onder het bloedverlies?
In de bloemenweide, tussen de stermollen en de wormen?
In de oceaan? Bij de hozemond?

Ze ziet hem staan. Middenin een landschap van bruine koffers. Zoekend naar zijn ingepakte aardappelmesje.

Ze aarzelt naar hem toe.
Ze stamelt.
Ze vraagt.

One Ticket To Desire Please.

zondag 2 maart 2014

Dat gij niet wilt.






Genoeg gespeeld nu.

Dat gij niet wilt.
Dat geloof ik niet.
Dat gelooft God niet.
Dat gelooft Elvis niet.
Dat gelooft Elliott niet.
Dat gelooft Bill niet.
Dat gelooft Paul niet.
Dat gelooft Goethe niet.
Dat gelooft de Pinguin niet.
(Nee, zelfs grotten en draken niet)
Dat gelooft niemand.

Belief uw hart naar mij.
Alstublieft.
Geschreven.

Belief uw hart naar mij.
Alstublieft.
Belief uw hart naar mij.
Het smeekt.
Het gilt u na.
Het bonkt de slotsommen bij elkaar.
Niet uit elkaar.
Niet uit elkaar.
Ge hebt het gewoon verkeerd begrepen.
Het is niet waar.
Dat wat ge nu denkt.
Het is niet waar.

Belief uw hart naar mij.
Belief uw hart naar mij.
Waar zit het?
Waarom verstopt ge het?
Denkt ge dat ik het niet verdien?
Uw hart?
Ik verdien het.
Ik verdien het zelfs op een schoteltje.
Ik verdien het zelfs in goud gegoten.
Ik verdien het zelfs verankerd aan 't mijne.
Ik verdien het.
Dus belief uw hart naar mij.

Stuur het niet op.
Kom het brengen.
Waarom verstopt ge het?
Denkt ge dat gij dat niet verdient?
Uw hart te schenken?
Elk mens mag zijn hart schenken.
Ge schenkt het goed als ge het aan mij schenkt.
Ge kunt het niet aan een ander schenken.
Een ander zal er vergif in spuiten.
Zal het niet kunnen, als ik in alle eerbied het zal beminnen
als ik in alle eerbied het zal kussen
als ik in alle eerbied het zal strelen
en koesteren tussen mijn boezem
zo koesteren dat het moederschootvlees zich zal oprichten en het uwe zal omhelzen
zo hard
zo hard
belieft uw hart naar mij

het is genoeg geweest
zonder.



zondag 16 februari 2014

O ik heb gedroomd (poëtisch, niet echt)






O ik heb gedroomd

gij kwam er in voor

ja het was schoon

nee het was

maar met een beetje verdriet

ge zei: "ge ziet het niet"

ik zei: "ik zie het niet?"

nee ge vertelt te weinig

ik vroeg mij af waarom

ge weg ging

(waarom ik mij dat blijf

vragen ook)

hij ging weg met u

ik bleef in het water liggen

tot ge mijn afwezigheid

niet meer kon verdragen

maar ge kwam niet

en dan ging ik maar terug

omdat ik niet

kon verdragen

dat gij het kon verdragen

dat gij mij niet zag

dus ik maakte mij

een klaprozensoep

en dronk, en dronk, en dronk

tot uw afscheidsstank

niet meer stonk

en ik kon slapen

zonder weer te dromen

hoe gij mij zou verlaten

vrijdag 7 februari 2014

zoet #3





Zoen mij

zei gij

en ik zoende

met mijn lippen



kom hier

riep gij

en ik liep

met mijn knippen



blijf toch

vroeg gij





en mijn benen brachten mij de totaal andere kant op (die van de afstand met grenspoort droomoord), de benenwagen (verdomde benenwagen) verrekte , verkoos de weg van de onbehandelde onbewandelde en gij traande en ik ook




zoet #2



verschoning heer
vergeving meneer
ver zoen mij meer

het kan niet meer

ik wil het 'meer'

het pijnigt
het stenigt

verlang mij
zonder meer

zoet #1



ik zou zo heel graag
een doekske wikkelen rond uw hartzeer
uw tranen in mijn duimen steken
het vocht opnemen met mijn kus

ik zou zo graag
uw omhelzing innen
met liefde u beminnen

maar als ik mag wil ik ook verlaten
ik weet dat het niet mag (het verkeert)
toch wil ik inboezemen
en niet verloochenen

laat mij
laat mij
laat mij toe

woensdag 8 januari 2014

0 0 0 0




Dit is stom.
Het waait.




(zelfrelativatievanonderdetreurwilgiseenmooiwoordmooiewoordenzijnstomreusgroeiteenliefdesverlangen)

Dat wat ik wou geweetwel




deelachtig knipoogt ze haar linkeroog
richting het ijzeren schavot waar ik moet afspringen
ik schud van 'nee ik wil het niet'
in de richting van het ijzeren schavot waar ik moet afspringen
maar eigenlijk wil ik het wel, springen
en eigenlijk wil zij het niet, dat ik spring
ze wil liever dat ik bij haar blijf
en ik wil liever weg
maar het spijt ons allebei

het is hard en koud
de rand kietelt mijn onderkant
haar hand glijdt over mijn achterkant
hij wil duwen maar mag nog niet
ik zeg 'wacht, het is hard en koud'
ze zegt 'ik wacht' en wrijft over mijn achterkant

'NU' gilt ze
en ze kletst mij het water in
ik guts het water naar binnen
stik in de gallen van de vissen
mors met het speeksel, het water in
verdrinken is geen pretje
en onder blijven zeker niet

vrijdag 3 januari 2014

Gij werpt mij de lust, ik werp u de donkerte



Het bliksemt
(tis niet poëtisch, tis echt)
het dondert
het donkert
op de dag dat wij
voor het laatst
ongewillig
samen zijn

de kwaadheid is
veruiterlijkt
ik hoop dat gij ze ziet
dat ze schicht in uw
borstkas en
verdriet openbarst
uit uw keel
uw zangstem dichtnijpt
uw ogen toetraant
nog natter dan daarbuiten

ik zit binnen
verzin de dagen die
gaan komen
als minder donker
als genietend
van de donder

zaterdag 21 december 2013

Violetsnoep





ik herinner mij niet te kunnen spreken
ik herinner mij vormkwesties
en gesprekken over zout die nergens heen hebben geleid

ik heb een cd opgezet
en de brief afgemaakt voor het boek dat ik schrijf

het is zielig
het is zielig dat het spijt

ik herinner mij wandelen met Pieter in Parijs
ik herinner mij een kaartje

de rotte beesten in het gras
grazen mijn haar in 
de pijn is goed voor het, wat? dat ik schrijf

ze wankelen 
zei "je ne vais pas changer le monde"
maar u zie ik wel graag

en het woord is afgemaakt voor het boek dat ik schrijf







woensdag 18 december 2013

Zomerjassen en regenjurken



De sluis de sluis roept de bruine
eenhoorn die half in half uit
de witte boonbron staat

schoon als hij open staat
en het water stroomt

schoon als hij zingt
en de grenzen herziet

schoon als hij lacht
verdriet als hij traant

de bruine eenhoorn darpelt, snatert
filtert de balderen weg van zijn weg

de bruine eenhoorn zoekt een jurk om in te dralen
hij is schoon als hij lacht
de sluis de sluis roept de bruine

eenhoorn zoekt een jas om in te schuilen
waar is mijn jas?

Ik geef hem een zomerjas
Hij zegt: ik wil een regenjurk.


zondag 8 december 2013

Loes Swaenepoel



Alles kan om vijfentwintig voor twaalf wanneer ik in mijn remslaap struikel en mijn fantasieën op hol slaan. Als ik daar zou spreken met de waarheid, zou die me dan duiden? Mij wijzen waar ik heen moet. Mij regels opleggen zodat ik niet afdwaal. Het pad dat ik bewandel niet kwijtraak en ook mezelf niet. Maar als op een winderige dag de waarheid niet meezit en ik schuilen moet ?


Hersenspinsels. 5. Linker helft, bovenste verdieping, deur 3 (deur 2 is vastgespijkerd, vanwege een traumatische ervaring, over een paar jaar zal deze deur waarschijnlijk abrupt geopend worden) Liefdesverdiep.






Ik droom vaak over u.
Vannacht was ik op reis.
Ik was op reis naar mijn eigen huis, maar ik wist dat gij er nu in woonde, ge waart alleen nog niet thuis.
Ik wist het omdat ik een grote zwarte patser wagen zag staan op wat eens onze parking was, die was van Jan.
Toen ik binnenkwam, ik was er binnengebroken omdat ik het niet langer aankon om buiten te blijven, ik moest namelijk weten waar gij mee bezig waart, toen ik dus binnen kwam zag ik mijn eigen huis.
Ik zag mijn interieur, maar ik zag niets van mijn gerief, overal stonden computers en geluidsinstallaties.
Na een tijdje kwam gij dan thuis, en ge waart verschoten dat ge mij zag, maar ge waart blij.
En toen ge dichterbij kwam, Jan stond achter u, toen zag ik dat ge veranderd waart.
Uw haar had een andere kleur en ge waart dik.
Ge waart niet zo mooi als hoe ik u ken.
Ik keek naar u en ik dacht "Waar is Anton/hij?"
Maar toch kuste ik u.

Ik was laatst echt bij u.
Ik ben blij waar ge zit, ge hebt het daar goed.
Ge waart nog altijd even knap, en ik toch kuste ik u.

Planten zijn erg aanwezig. Niet alleen hier in mijn hoofd.
Ik zet ze ook soms op mijn vensterbank, ik zet ze eigenlijk vaak op mijn vensterbank.
Dat is mijn wintertuin.
Maar troost vind ik er eigenlijk niet vaak in.
Waar vind ik troost?

Verschrikkelijk! Mijn ogen!
Dat ze dat ooit zouden meemaken
het was natuurlijk te voorzien
maar toch… een mens blijft hopen

Dat komt van hele dagen binnen te zitten
Je begint te stinken naar de gedachte om de achterdeur open te zetten
Je begint te zweten van de poging om een zomerjas uit de kast te halen maar ze toch terug de kast in moet leggen
Ik begin te wenen als ik weet dat ze komen als Russen in een troep, ik zin heb in zoetigheid, te weinig jou heb en te veel regen… maar ik begin enkel te wenen als dit gebeurt in de winter
Ik krijg spierpijn van het springen omdat ik probeer de venster open te doen, maar tijdens mijn sprong denk van 'het raam moet niet open, het is te koud' maar dan telkens ik beneden ben ik denk het moet wel open de zomer moet binnenkomen ik terug spring maar dan weer denk 'het raam moet niet open, het is te koud', en zo de hele tijd moet springen (wat wel vreemd is dat ik moet springen om mijn raam open te doen, maar daar is hoogst waarschijnlijk een veiligheidsuitleg voor van mijn moeder)
dat komt van hele dagen binnen te zitten

niets, enkel de winter die wacht tot hij de zomer niet meer kan buitenhoeken

Zoals wij liggen naast struiken in grenzeloos groene tuinen en daar dan ook beminnen
Zoals borden op de muren neerkijken op uren nachten en tijdloze minuten tot ze er gebroken bijhangen
Zoals gewone klanken toetsen tot het verschrikkelijk aangenaam word om het als van ons te beschouwen
Zo doen we dat
Liefde inboezemen, tot het er niet meer uit wil



woensdag 4 december 2013

Hersenspinsels. 4. Linker helft, beneden verdieping (heeft vrouwentongenplant in de hand) Denken over denken-verdiep





snosterpartijtjes, ik heb het over snosterpartijtjes
geen idee wat het zijn, maar ik het het er over
(zoals veel mensen, die geen idee hebben waarover ze het hebben maar toch doen alsof ze het hebben en maar door en door en door gaan)
discussies maar dan op de gelijkvloerse hersencapaciteiten
neenee, misschien stel ik het nu te erg voor, ze toen toch gewoon hun best om, ja ze doen gewoon hun best

ge doet het zelf, ge zijt een groot snosterpartijtje

dus hij offert zich op aan de wetenschap
hij is ziek, en hij en nog andere patiënten krijgen medicatie
maar de helft krijgt echte medicatie en de andere helft placebo
na twee maanden zullen we zien
ik zeg da we zullen zien
eerst kijken

ik voel mij geplant
geplant tussen de groene minuscule wilgen
of ben ik de reus
geroest in de grond
om mijn eigen schuld
vleugels worden rot
en voeden de grond, waarin mijn voeten staan
weer vaster, steeds vaster geplant

dit is Herman
Herman denkt niet zo graag
hij denkt niet zo in gedachteachtige gedachten als mij
en dus ook niet zo veel
maar het is ook geen dommerik ze
mijn Herman
Hij is specialer dan mijn andere planten, daarom mag hij bij mij in bed

blijft het interessant om deze dingen aan u te vertellen, bent u nog geboeid naar mij aan het luisteren of kan het u allemaal niet meer schelen
het kan mij alleszins allemaal niets meer schelen, u bent dan ook maar toeschouwer
u hoeft niet te oordelen over wat er omgaat in mijn hoofd, het is er, en ik ga het niet verstoppen omdat u niet langer geboeid kan blijven
misschien zou u beter eens in uw eigen hoofd gaan snuisteren en zien wat voor schade er is aangericht vooraleer u het boeien aan mijn rekening overlaat
vergeet uzelf niet en uw hersenen, uw hoofd, uw gedachten en woorden, uw verzinsels en uw hersenspinsels
(vergeet ze niet)

ik krijg van mijn moeder elk jaar een spaarpot, ik heb zo een varken, maar ook een kikker, een brievenbus, een ei, een blauwe theepot, een circusneus, een jerrycan, een blik, een kistje, een mini-drumstel, een rode theepot
stuk voor stuk gruwelijk lelijke dingen
maar als mijn moeder komt dan zet ik ze op mijn schouw, tussen de rest, tussen al de rommel

tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut tuut
ik tuut tuut tuut ben tuut tuut tuut geen tuut tuut tuut locomotief tuut tuut tuut tuut ik tuut tuut ben tuut tuut tuut ook tuut geen tuut fuut tuut
ik ben een mens

en ge zit in mijn hoofd
interessant, naar het schijnt