goederen (c) Anna Carlier
en gastschrijvers
vrijdag 10 maart 2017
vrijdag 10 juni 2016
Elke ochtend staat zij daar
Elke ochtend staat zij daar, gebroken been en zenuwachtig.
Ik vraag mij af waar ze naartoe wil gaan. Maar elke keer verdwijnt ze weer, zonder
dat ik het zag. Zonder dat ik zag naar waar of wie haar meenam of ze hinkte of
ze viel. Ik doe nochtans mijn best te blijven kijken, haar geen moment uit mijn
blikveld te laten gaan. Het moet zijn dat ze in een oogwenk kan verhuizen naar
daar waar ik dus nog niets van weet. Of misschien weet ik er wel alles van, maar
is die kennis onbenut aangezien ik niet weet waarheen ze gaat. Ik heb haar wel
ter plekke al zien dartelen, met dat gebroken been, ingepakt van enkel tot lies
(haar rokje komt erover, ik kan niet werkelijk zien hoe hoog het gaat,
misschien zijn ook haar bekken wel gebroken). Of dartelen is veel gezegd, het
is eerder een soort hinken. Dat kan ook niet anders met zo’n blok, dat neem je
niet zomaar mee. Het trekt, het sleept, vertraagt, beklaagt. Ze vraagt zich op
die momenten misschien af, waarom ze deed wat ze deed waardoor haar been (of
bekken) gebroken werd. Zo gebroken zijn en toch zo zenuwachtig. Dat schept
verwachtingen bij mij. Waar gaat ze heen? Wie brengt haar weg? Stapt ze in of
op? Wil ze? Heeft ze zin? Denkt ze dat de bus hier stopt? Elke ochtend staat
zij daar, gebroken en alleen. Ik weet niet hoe en ik weet niet waar, maar ze
gaat ergens heen.
maandag 16 mei 2016
BANG
ge breekt
mijn botten
ge breekt
mijn stok
ge breekt
mijn darmpkens
AH AH PIJN
kopop
slokin
slappin
wangkrab
wespin
revolver
BANG BANG
schiet
schiet
bot krak bots
gij breekt mij
ik verschiet
mijn botten
ge breekt
mijn stok
ge breekt
mijn darmpkens
AH AH PIJN
kopop
slokin
slappin
wangkrab
wespin
revolver
BANG BANG
schiet
schiet
bot krak bots
gij breekt mij
ik verschiet
zondag 1 mei 2016
Mijn schaamlip
Mijn schaamlip staat dik.
Ik klom over een tribune, hoofd eerst en benen erachteraan.
In het midden kwam mijn kut terecht op een armleuning.
Knal.
Auw.
Verder spelen.
Niets aan de hand.
Mijn schaamlip staat dik.
En er komt bloed.
Er komt bloed ergens anders.
Geen zorgen.
Gewoon dik.
Het is zo dat de tang ter hoogte van mijn baarmoeder,
neen mijn baarmoeder is de tang, begint toe te nijpen.
Alles naar buiten perst.
Nijpt.
Maar dan staat ook nog mijn schaamlip dik.
En er komt bloed.
Dat is ook goed.
Nu hoort het.
Het is nog van geruststelling.
Straks is het van godverdomme waarom bestaat dit gezever?
Maar nu nog de lach.
Zelfs nu dat.
Mijn schaamlip staat dik.
Het is mei.
Net in mei staat het dik en toch is alles beter dan april.
De grillen hebben we gehad.
Het is voorbij.
Het is goed.
Morgen is vrij.
Morgen is muziek.
Morgen is schrijven.
Morgen is trouwens eigenlijk al vandaag.
Morgen is computerspelletjes spelen.
Verantwoord computerspelletjes spelen.
Genieten genieten genieten.
Hopelijk staat mijn schaamlip morgen minder dik.
Of ja, hopelijk vandaag al.
Na de nacht.
Kan hij bekoelen.
(Sorry, maar is hij mannelijk?)
(Is schaamlip mannelijk?)
Krimpt hij weer.
Staat hij weer normaal.
Niet dik.
Het is niet dat er iemand naar moet kijken.
Morgen, zelfs niet vandaag.
Dat is voor later.
Als hij maar minder dik.
Al maakt het niet veel uit.
Morgen is genieten.
Morgen is niets.
Morgen is muziek.
Ik hoop dat ik ook nog wat van dat vals filosoferen kan gaan.
Dat hoop ik echt.
Zou ik bijzonder vinden.
Ik zou niet ironisch moeten zijn, sorry.
Morgen ben ik niet ironisch!
Morgen is muziek.
Ik klom over een tribune, hoofd eerst en benen erachteraan.
In het midden kwam mijn kut terecht op een armleuning.
Knal.
Auw.
Verder spelen.
Niets aan de hand.
Mijn schaamlip staat dik.
En er komt bloed.
Er komt bloed ergens anders.
Geen zorgen.
Gewoon dik.
Het is zo dat de tang ter hoogte van mijn baarmoeder,
neen mijn baarmoeder is de tang, begint toe te nijpen.
Alles naar buiten perst.
Nijpt.
Maar dan staat ook nog mijn schaamlip dik.
En er komt bloed.
Dat is ook goed.
Nu hoort het.
Het is nog van geruststelling.
Straks is het van godverdomme waarom bestaat dit gezever?
Maar nu nog de lach.
Zelfs nu dat.
Mijn schaamlip staat dik.
Het is mei.
Net in mei staat het dik en toch is alles beter dan april.
De grillen hebben we gehad.
Het is voorbij.
Het is goed.
Morgen is vrij.
Morgen is muziek.
Morgen is schrijven.
Morgen is trouwens eigenlijk al vandaag.
Morgen is computerspelletjes spelen.
Verantwoord computerspelletjes spelen.
Genieten genieten genieten.
Hopelijk staat mijn schaamlip morgen minder dik.
Of ja, hopelijk vandaag al.
Na de nacht.
Kan hij bekoelen.
(Sorry, maar is hij mannelijk?)
(Is schaamlip mannelijk?)
Krimpt hij weer.
Staat hij weer normaal.
Niet dik.
Het is niet dat er iemand naar moet kijken.
Morgen, zelfs niet vandaag.
Dat is voor later.
Als hij maar minder dik.
Al maakt het niet veel uit.
Morgen is genieten.
Morgen is niets.
Morgen is muziek.
Ik hoop dat ik ook nog wat van dat vals filosoferen kan gaan.
Dat hoop ik echt.
Zou ik bijzonder vinden.
Ik zou niet ironisch moeten zijn, sorry.
Morgen ben ik niet ironisch!
Morgen is muziek.
vrijdag 29 januari 2016
Niets zijnde
Weest men blind voor mijn woorden.
Zien ze niet.
Tasten de randen af.
Hebben te raden.
Zij verdwijnen.
Donker slurpt, als ware ze lucht.
Donker slurpt, als ware ze lucht.
Jeuk zet zich in.
Aan mijn benen.
Aan mijn benen.
Schurftig wrijven ze
zich,
uit angst,
uit angst,
de huid van de schenen.
Het bot van het bot.
Tot ze verpulverd naast elkaar blazen.
Niets zijnde, is het moeilijk
Tot ze verpulverd naast elkaar blazen.
Niets zijnde, is het moeilijk
om bang te zijn.
maandag 4 januari 2016
tekst van het huilen
misschien had ik
het al eens gezegd
dat van dat huilen
dat het vanbinnen
begint
en dan gaat puilen
ge loopt over als
het ware
ook als ge het niet
wilt
en het is niet als
koken
het is eerder een
glinstering
als ik twee kleine
krekels zie
dan bulkt er iets
vanbinnen
op een zachte
vleiende manier
dan loop ik over en
ben ik de kleinste
beek
op aarde
en wil ik zingen
en ook zwijgen
wat dan klinkt als
stil gesnik
enkel en alleen
omdat
die twee krekels zo
zielig
naar elkaar kijken
en ik zie hun
verdriet
dan huil ik
loop ik over
ben ik een eenzaam
krekellied
tekst van de heimwee
ik mis mijn zee vol
liefdesmist
als ik in uw ogen
kijk
dan zie ik er soms
een beetje van
alsof een kiertje
in uw kleurenvlies
mijn verleden in u
opent
dan begin ik met
een tranendal
te snikken en er
komt terstond
een nieuwe zee van
liefdesmist
die ik zo heb
gemist
daarom kijk ik
graag naar u
om wat ik in u zoek
te vinden en
verslinden
gij zijt mijn poort
naar terug
en daarom mijn
geluk
mijn excuses dat ik
zo vaak
loop te staren
ik ben gewoon op
zoek
naar het verdwalen
laat mij zien
laat mij kijken
naar uw wonderlijke
plassen
ik weet wat ik er
vinden zal
ge zult mij niet
verrassen
donderdag 15 oktober 2015
Liefste,
een wee gedicht
een triest gebed
een graai in de lucht
bericht aan het licht
in mij gebed
verlangt ge niets
in mij
zijt ge daar
waar ge vallen moet
wattekes
wattekes
wattekes
vult uw buik
met wattekes
en kust
mij terug
woensdag 22 april 2015
Correspondentie Gedicht #1 + 1
Ammoniak
- voorgeschiedenis -
u heeft
een episodisch
een semantisch
een declaratief
een expliciet
een proceduraal
en dat danst allemaal voor u (voor u)
- geschiedenis -
toen gij mij liep
toen dacht ik
toen was het dat
toen uw adem ging
toen stopte gij
en struikelde ik
dan zwegen we en spraken niet
- nageboorte -
dove.
bres.
en daarbij: de maan is hol en onafgewerkt
(terwijl ze door het raam naar binnen kijkt)
gij had ook niet kunnen vertrekken
Correspondentie Tim Taveirne Gedicht #1
Amnesie
maak van je handen een kom
en zeg me dat de maan hol en onafgewerkt is
terwijl ze door het raam naar binnen kijkt
zullen we een baantje rond je huis lopen
en proberen om niet te struikelen
over elkaars harde en lange adem
ons spreken is een zwijgen
het dooft in de bres van
onze opeengestapelde buiken
bij je weggaan
is als een zachte vernieling
amnesieT.T.
zondag 5 april 2015
kliertje
de vuile klier
boos, aardig
moedertje vier
het wicht
wat moeten we
onder de kraan
met de kop
en duwen, tegen
de vuile klier
trekken
getrokken
met haar
klauwhandje
klauw klauw
kouw kouw
in de kou
onder de
pijnboom
van plezier
ligt het
dode dier
het snot jong,
het nageboorte van
de vuile klier
de Neerbeek
Als de traan rolt
heen de neerbeek
verschroeid
onder de boomstreek
verschiet Jakob zich
in woorden
slikt en ziet de nood
zijn broer lacht
vuistjes vol
de stilte druist
zijn oren hol
niemand spreekt nog
weent noch
de schoonheid
steelt de winst
in de stilte
en haar wind
knielt neder
in de beek
dinsdag 23 december 2014
maandag 22 december 2014
Een gedicht (dat is zowat de stomste titel te bedenken voor een gedicht, het is iets anders als een kat 'kat' noemt, dat is fijn. Maar bij gedichten werkt dat niet goed. Onderliggende zaken benoemen, werkt meestal niet goed. Maar goed, het is hier geen essay.)
De Afstand
in mijn woorden
De ruimte die ons strekt
De vlucht naar onze oorden
De kracht waarmee ge trekt
Kust ge mij zacht,
Dicht ge mij zoet,
Dichter als het ware
Gedicht als ons gebroed
dinsdag 21 oktober 2014
Mits
De mist in
Mist degene
die dacht
dat hij sprong
De mist in
Mits degene
die dacht
dat het begon
hoera hoera
applaus applaus
gevierd gevierd
de zomer
mits
de winter komt
dinsdag 14 oktober 2014
stelpen
mijn moeke
kocht mij schelpen
mijn moeke
dacht te stelpen
maar ze kon
me niet meer
helpen zonder
dag hallo daar
ging ze weer
maandag 13 oktober 2014
Ge stond daar al
Ge stond daar al
te lang te weten
grinnikend in de
sneeuw
zomaar word ik
afgeleid door de
letters van uw
geeuw
Ge stond daar al
geschoren
Ge stond daar al
gereed
Verschiet ge dan
toch van dat?
als ware hij
gesmeed?
zondag 5 oktober 2014
(Het is maar)
Het is maar.
Gedanst.
Geschreven.
Gedacht.
Geweven.
Geschranst.
Gestopt.
Gevreesd.
Gedopt.
Gelachen.
GetwGetwijfeld.
Gegeven.
Ge.
Gij.
Het is maar om te proberen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

