goederen (c) Anna Carlier
en gastschrijvers





maandag 6 december 2021

trkke trkke

  

moe moed

zak zakt 

in mijn

bodemloze

onder mijn 

doorgezakte zolen 

k rijg mijn veters ni

afgefrunnikte franjes

bengelen als slappe vodjsj

aan galgen

guur touw

wilde 

kwil dadde wind 

alles wegraast

vanbinnenin

alle eklektrikke spanning

alle takkketakkteatiikketikkekkrrrikkekkrrrkkkrkkrkkrk

wegblaast

plaats maakt

voor ademrust

sust

zachte boterlippen

alleen maar zachte

zachter

alleen maar kind

slapend kind

dinsdag 18 mei 2021

We zijn allemaal watervallen

 

Het begon sijpelend

met beenbeekjes

dan een eerste tranendal

de tocht door de sneeuwval

het vloeiende badwater als mantra

een startschot tot oerkracht

het toegeven aan de sterkste drang

werken

tot gij in mijn armen

in uw vaders armen

in uw huis

op een andere kamer

en het besef dat ge niet meer in mij

dat mijn buik weg

watervallen

het missen van vaders

of hun missen van u

watervallen

ziekenhuiseten 

een taartje met uw naam op

watervallen

glazen huizen

draadjes, alarmen

watervallen

vertrekken 

te lang wegblijven vanwege een man aan de kassa met een promotieblaadje en teveel kattenvoer

terugkomen

en watervallen

de belofte om nooit meer zo ver weg te gaan

samen naar huis mogen

watervallen

thuiskomen

en de kleren zien waar we samen in pasten

watervallen

vrijdag 15 januari 2021

Hoe doen moeders dat


en wij maar wachten
maar zo voelt het niet
het voelt als uitgerokken vel

als samengeperste longen

uren kots vermijden

losse heupen

en een onrust op de borst

maar ook als groeien

als trots dat je ’t zo goed doet

kieteling op ’t randje van heftig aan de ribben

en dan een lachsalvo

een ho ho ho

wat ga je tekeer

en dan blij zijn

omdat je beweging

is wat je aan ons kan tonen

hoe jij je voelbaar maakt aan ons

en dan zegt je vader dag

met zijn koude handen

neus 

of zachte stem

en bonk je terug

wij kijken meteen 

een moment vol vreugde

in elkaars ogen

onze blikken steeds voller van de buik die steeds boller

het dringt niet

nog niet

we kunnen er nog niet bij

met onze hoofden

dat jij hier straks

in onze armen zwemt

en niet meer in mijn buik 


de wereld kreunt

en soms voel ik mij schuldig

dat ik koos om jou 

te midden van die zucht 

een plek te geven 

ergens tussen waanzin

ziektes 

en het verliezen van de wildernis

ik zoek naar hoe de wereldverbeteraar in mij

haar handen uit de mouwen kan steken

concreet 

nu

hier

pragmatisch als die verbeteraar is

maar jij wordt zo omvangrijk

mijn bewegingsvrijheid ingeperkt

terwijl de maatregelen verlengd 

ons weer een kniestoot in ons welzijn geven

ik wil jouw ontstaan delen

laten zien hoe je groeit

jouw schoppen voelbaar maken voor de wereld

uit liefde voor iedereen die we graag zien

of stevig voelbaar onder het gat 

van de volgende die beslissingen over je toekomst neemt


soms voelt het 

alsof ik niets heb 

dan mijn woorden

en zelfs die verlies ik weleens


ik heb natuurlijk ontzettend veel

mijn buik vol

maar wat heb ik om te strijden 

ik wil iets voor je verzekeren


hoe doe ik dat

hoe doen moeders dat

vrijdag 16 oktober 2020

Of gewoon een boom

 Zullen we de woestijnen wit schilderen

De gaten in de ozon stikken

De polen invriezen

met omgekeerde haardrogers


We kunnen met schuim een nieuwe dampkring spuiten

en van oceanen spiegels maken

alle fietshelmen, alle daken

bedekken met restjes zilverpapier


Met stofzuigers zo groot als helikopters

het vuil uit de lucht filteren

en met raketten de ruimte in schieten


of gewoon een boom

gewoon een alg

koraal en haai


een boom

een alg

koraal en haai laten zijn


(dit gedicht werd geschreven voor Klimaatdichters en verschijnt in de bundel 'Zwemlessen voor later')

vrijdag 8 mei 2020

Ja... nog steeds

een driehoek van uitbundigheid
een positieve bubbeluitbarsting



Anna werkt nog steeds aan een dossier


onze fantasie kreeg last van megalomane uitzaaiingen

Anna werkt aan een dossier


zie daar Hendrik
met zijn uitbundige performance
hij kan zo de zachte poëtische momenten van de tijd overstemmen

Als we maar bomen blijven afschieten
zijn we halverwege onze carrière opgebrand

Maar wij hebben iets in handen dat we moeten delen
en we vinden geen draad die ons naar meer inzicht leidt
We hebben gewoon een draad in handen
die tot nu toe nergens heen leidt

Dus willen we zelf weven

Op die waterfiets kunnen we misschien een grotere boot bereiken

zondag 3 mei 2020

van één iets kleins

van één iets kleins
heel veel weten
van tafelbaden
wat op wiens
van citroenen
of er tattoëerders die
oefenen met
inkt die van die
stippen op een gezicht
uw zicht dicht
toe, alles potdicht
aaien wimpers wangen
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
kennen
wat er op een handpalm groeit
waar de zonnestraal op die maandagochtend
in augustus
verleden jaar
heen ging
heel precies
de juiste coördinaten
van uw locatie
waar ge u bevindt
waar ik u vind
welke porie zich
aan de uwe hecht
welk denkspoor
met de mijne vecht
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
of van alles een beetje
wiens scheetje
was
gisteren
of welke woorden
nodig
om op uw kaartje te schrijven
uw laatste
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
hoe ze heten
alle mieren
van het nest in de keuken
waarom het gisteren
niet ging
het neuken
hoe het moet
als het na
drie
nog steeds
hoeft
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten

vrijdag 1 mei 2020

zaterdag 25 april 2020

Streepjes

Streepjes tellen de dagen
dat ik je niet kan zien
Elk streepje een stokkeventje
met jouw ogen, warmte, mond
Ze tellen maar ik weet niet tot wanneer
een eindeloze blanco muur strekt zich voor hen uit
Een zee van wit 
waarop te kleine reddingssloepjes dobberen
En ik tel de dagen als een van eenzaamheid 
gek geworden zeeman
Zeevrouw
maar dan zonder staart of schelpen
Al probeer ik wel eens in vakantiestemming 
van de streepjes een springplank te maken
En spring ik in het diepe water
zwem zo lang ik adem heb
zolang mijn longen durven uitdeinen
zo breed als eb en vloed
zo lang ze kunnen gehoorzamen
aan het verlangen van mijn bloed
En dan bots, knal ik met mijn kop
bij het naar boven gaan
tegen zo’n reddingssloep
want ’t zijn er smalle
maar ’t zijn er veel te veel
en het is moeilijk 
om tussen de mazen van het net te glippen
en tussen de dagen in te leven
als ik niet weet wanneer ik al de mijne weer zal zien
streepjes trekken
streepjes tellen
ik probeer van streep tot streep te springen
en in den beginne ging dat goed
maar nu val ik telkens weer 
er tussenin
en moet ik een stuk te voet
al mag dat niet als een verrassing komen
want ik leerde van de beste
dat tijd te voet gaat
als streepjes dagen tellen

dinsdag 24 maart 2020

het virus

ons hoofd op de kussens
verzonken in zacht 
we missen en gissen
de gezellige stad
wiens leegte ons tart
het vlees van de mensen
ontbreekt op de straten
ontheemd van het praten
met maten en gaten 
waar eens volle dagen
gedaan met de daden
alles gesloten
maar wij genoten
genieten misschien 
van het stil
van het niets
van het stoppen met altijd door    

ze verdwijnen tussen muren
een verre lach naar de buren
of grijpt de stilte niet hen
zitten ze gevangen in andere muren
in het voortdurende strijden
van het wakker blijven
het intense glijden 
de thermometers
in reten 
en pampers
niet eten
van pakken
en maskers
als monsters
van andere planeten
maar daarin een mens
mogen wij niet vergeten

wij stilstaanders
geldverliezers
kunnen niet anders dan
applaudisseren
witte lakens
dankbaarheden
uitsmeren en geven
en op onze knieën
helden! uitroepen
helden!
helden!
niet alleen nu
ook voordien
ook morgen
ook als de deuren weer open
de mensen weer buiten
de straten weer vol
de buurvrouw bevalt 
oma ziek
en Boris op z’n kop gevallen is

vrijdag 20 september 2019

Plastiek jasje


ge verzint een paard
eentje zonder haar
zonder vacht en zonder manen
het paard is kaal
maar ’t heeft een jasje van plastiek
en gij moogt op ’t paard
en ’t brengt u naar de bergen
naar de toppen in de sneeuw
bovenaan klikken zijn hoeven open
en op latjes schuiven gij en de pony
(sorry ’t was een paard)
naar beneden
en ge zijt gelukkig
binnenin en buitenuit en bovenop
uw verzinsels

maandag 10 juni 2019


en toen regende ze
dagen aan een stuk
terwijl ze gewoon 
en alleen maar
terugkeren wou 



vrijdag 17 mei 2019


een grote boom trotseert de wind
zijn blaadjes dapperen wapper
tot ze gezwind van zijn takken dansen
hoger en brozer
knapper en rapper

door de lucht vliegen de blaadjes
ik waai met ze mee

opa jan

opa jan
lange man
plaagstok
met groene vingers
met blote handen
netels uit de grond
en patatten in
en binnen
thuis
in de zetel
met sloefen
zitten snoepen
veel eten
negen boterhammen
mee naar 't werk
in de tuinen van de stad
opa jan
man
papa
plaagstok

e..a


e..a
wonderboog
wonderoogjes
gedachteboom
de motor die plots begint te ronken
de vlieg die over de tafel kruipt
ik zag wel aan dewelke je knabbelde
e..a
monderwoog
klapperroosjes
de citroen die naast de kiwi ligt
de klap op je gezicht
ik weet wel dat het anders moet
ik weet wel dat het niet

gisteren vertelde Laura me dat regenbogen in feite rond zijn

maandag 22 oktober 2018

hebben/houden


hebben

ik heb kleine tenen
ik sta graag vroeg op
ik kijk graag naar de lucht
ik val altijd op mijn knieën
ik geef de dingen graag namen
ik probeer te lachen naar de mensen
ik ben heel ongeduldig
ik zoek de weg

houden

een vertraagd beeld van glas dat valt
een pupil verwijdt 
zonlicht
zacht gezang
de koelkast ruist
een egel
de winter vertrekt
gij zijt de weg
ik wil u houden

donderdag 16 augustus 2018

horizon

de grond tot aan de horizon
de lijn in de verte
ik wil er naartoe lopen
om dan af te springen
de dieperik in
alleen gezoef van het eeuwige vallen
niets dan naar beneden getrokken worden
misschien geflapper van mijn bloemenjurk
een eeuwige zucht met zacht geflapper
zou dat slijten?
uw kleding?
van eeuwig te vallen?
als er geen licht schijnt om het af te bleken?
geen wrijving -
met de lucht
door de wrijving met de lucht -
de lucht veegt alle bloemen eraf
maar ik blijf vallen 
met een wit kleed
het blijft flapperen
flap flap
in de wind
uw haar
valt uit
uw tanden
verkruimelen
uw benen bengelen
als slappe vodjes 
achter uw romp
die stilaan verschrompelt 
het vlees moet wel verteren
maar wie eet het op?
het rot
wordt bruin
wie eet het op?
de lucht
de lucht eet het op
de lucht eet alles op
uiteindelijk
tot alleen nog het laatste deeltje van mezelf dapper verder valt
één klein celletje
durft de dieperik verder in 
misschien zingt het ondertussen wel een liedje
voor zichzelf
op het ritme van de lucht
op het ritme van het gezoef
of misschien draagt dat celletje nog een lapje stof
heeft het z’n eigen wit kleedje 
en flappert dat
en zingt hij op dat geflapper een liedje voor zichzelf 

flap 

tot ik niets meer ben

niets van mij valt 

zondag 14 januari 2018

Kou

Heeft de winter ze gebroken
Heeft de kou ze diep gekerfd
Langzaam trekt de tocht ze open
Hun borstkas barst
Pus druipt weg
Paden van ijs verstevigen zich
Iedereen glijdt uit
SPLETS
Ze spatten open
Borstkassen in duizend stukken in een plas van pus
Niemand ontsnapt

Zelfs de tijd staat hier stil