een driehoek van uitbundigheid
een positieve bubbeluitbarsting
goederen (c) Anna Carlier
en gastschrijvers
vrijdag 8 mei 2020
Anna werkt aan een dossier
zie daar Hendrik
met zijn uitbundige performance
hij kan zo de zachte poëtische momenten van de tijd overstemmen
Als we maar bomen blijven afschieten
zijn we halverwege onze carrière opgebrand
Maar wij hebben iets in handen dat we moeten delen
en we vinden geen draad die ons naar meer inzicht leidt
We hebben gewoon een draad in handen
die tot nu toe nergens heen leidt
Dus willen we zelf weven
Op die waterfiets kunnen we misschien een grotere boot bereiken
zondag 3 mei 2020
van één iets kleins
van één iets kleins
heel veel weten
van tafelbaden
wat op wiens
van citroenen
of er tattoëerders die
oefenen met
inkt die van die
stippen op een gezicht
uw zicht dicht
toe, alles potdicht
aaien wimpers wangen
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
kennen
wat er op een handpalm groeit
waar de zonnestraal op die maandagochtend
in augustus
verleden jaar
heen ging
heel precies
de juiste coördinaten
van uw locatie
waar ge u bevindt
waar ik u vind
welke porie zich
aan de uwe hecht
welk denkspoor
met de mijne vecht
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
of van alles een beetje
wiens scheetje
was
gisteren
of welke woorden
nodig
om op uw kaartje te schrijven
uw laatste
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
hoe ze heten
alle mieren
van het nest in de keuken
waarom het gisteren
niet ging
het neuken
hoe het moet
als het na
drie
nog steeds
hoeft
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
heel veel weten
van tafelbaden
wat op wiens
van citroenen
of er tattoëerders die
oefenen met
inkt die van die
stippen op een gezicht
uw zicht dicht
toe, alles potdicht
aaien wimpers wangen
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
kennen
wat er op een handpalm groeit
waar de zonnestraal op die maandagochtend
in augustus
verleden jaar
heen ging
heel precies
de juiste coördinaten
van uw locatie
waar ge u bevindt
waar ik u vind
welke porie zich
aan de uwe hecht
welk denkspoor
met de mijne vecht
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
of van alles een beetje
wiens scheetje
was
gisteren
of welke woorden
nodig
om op uw kaartje te schrijven
uw laatste
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
hoe ze heten
alle mieren
van het nest in de keuken
waarom het gisteren
niet ging
het neuken
hoe het moet
als het na
drie
nog steeds
hoeft
van iets kleins
van iets heel kleins
de wereld weten
vrijdag 1 mei 2020
zaterdag 25 april 2020
Streepjes
Streepjes tellen de dagen
dat ik je niet kan zien
Elk streepje een stokkeventje
met jouw ogen, warmte, mond
Ze tellen maar ik weet niet tot wanneer
een eindeloze blanco muur strekt zich voor hen uit
Een zee van wit
waarop te kleine reddingssloepjes dobberen
En ik tel de dagen als een van eenzaamheid
gek geworden zeeman
Zeevrouw
maar dan zonder staart of schelpen
Al probeer ik wel eens in vakantiestemming
van de streepjes een springplank te maken
En spring ik in het diepe water
zwem zo lang ik adem heb
zolang mijn longen durven uitdeinen
zo breed als eb en vloed
zo lang ze kunnen gehoorzamen
aan het verlangen van mijn bloed
En dan bots, knal ik met mijn kop
bij het naar boven gaan
tegen zo’n reddingssloep
want ’t zijn er smalle
maar ’t zijn er veel te veel
en het is moeilijk
om tussen de mazen van het net te glippen
en tussen de dagen in te leven
als ik niet weet wanneer ik al de mijne weer zal zien
streepjes trekken
streepjes tellen
ik probeer van streep tot streep te springen
en in den beginne ging dat goed
maar nu val ik telkens weer
er tussenin
en moet ik een stuk te voet
al mag dat niet als een verrassing komen
want ik leerde van de beste
dat tijd te voet gaat
als streepjes dagen tellen
dinsdag 24 maart 2020
het virus
ons hoofd op de kussens
verzonken in zacht
we missen en gissen
de gezellige stad
wiens leegte ons tart
het vlees van de mensen
ontbreekt op de straten
ontheemd van het praten
met maten en gaten
waar eens volle dagen
gedaan met de daden
alles gesloten
maar wij genoten
genieten misschien
van het stil
van het niets
van het stoppen met altijd door
ze verdwijnen tussen muren
een verre lach naar de buren
of grijpt de stilte niet hen
zitten ze gevangen in andere muren
in het voortdurende strijden
van het wakker blijven
het intense glijden
de thermometers
in reten
en pampers
niet eten
van pakken
en maskers
als monsters
van andere planeten
maar daarin een mens
mogen wij niet vergeten
wij stilstaanders
geldverliezers
kunnen niet anders dan
applaudisseren
witte lakens
dankbaarheden
uitsmeren en geven
en op onze knieën
helden! uitroepen
helden!
helden!
niet alleen nu
ook voordien
ook morgen
ook als de deuren weer open
de mensen weer buiten
de straten weer vol
de buurvrouw bevalt
oma ziek
en Boris op z’n kop gevallen is
vrijdag 20 september 2019
Plastiek jasje
ge verzint een paard
eentje zonder haar
zonder vacht en zonder manen
het paard is kaal
maar ’t heeft een jasje van plastiek
en gij moogt op ’t paard
en ’t brengt u naar de bergen
naar de toppen in de sneeuw
bovenaan klikken zijn hoeven open
en op latjes schuiven gij en de pony
(sorry ’t was een paard)
naar beneden
en ge zijt gelukkig
binnenin en buitenuit en bovenop
uw verzinsels
maandag 10 juni 2019
vrijdag 17 mei 2019
opa jan
opa jan
lange man
plaagstok
met groene vingers
met blote handen
netels uit de grond
en patatten in
en binnen
thuis
in de zetel
met sloefen
zitten snoepen
veel eten
negen boterhammen
mee naar 't werk
in de tuinen van de stad
opa jan
man
papa
plaagstok
lange man
plaagstok
met groene vingers
met blote handen
netels uit de grond
en patatten in
en binnen
thuis
in de zetel
met sloefen
zitten snoepen
veel eten
negen boterhammen
mee naar 't werk
in de tuinen van de stad
opa jan
man
papa
plaagstok
e..a
e..a
wonderboog
wonderoogjes
gedachteboom
de motor die plots begint te ronken
de vlieg die over de tafel kruipt
ik zag wel aan dewelke je knabbelde
e..a
monderwoog
klapperroosjes
de citroen die naast de kiwi ligt
de klap op je gezicht
ik weet wel dat het anders moet
ik weet wel dat het niet
gisteren vertelde Laura me dat regenbogen in feite rond zijn
maandag 22 oktober 2018
hebben/houden
hebben
ik heb kleine tenen
ik sta graag vroeg op
ik kijk graag naar de lucht
ik val altijd op mijn knieën
ik geef de dingen graag namen
ik probeer te lachen naar de mensen
ik ben heel ongeduldig
ik zoek de weg
houden
een vertraagd beeld van glas dat valt
een pupil verwijdt
zonlicht
zacht gezang
de koelkast ruist
een egel
de winter vertrekt
gij zijt de weg
ik wil u houden
donderdag 16 augustus 2018
horizon
de grond tot aan de horizon
de lijn in de verte
ik wil er naartoe lopen
om dan af te springen
de dieperik in
alleen gezoef van het eeuwige vallen
niets dan naar beneden getrokken worden
misschien geflapper van mijn bloemenjurk
een eeuwige zucht met zacht geflapper
zou dat slijten?
uw kleding?
van eeuwig te vallen?
als er geen licht schijnt om het af te bleken?
geen wrijving -
met de lucht
door de wrijving met de lucht -
de lucht veegt alle bloemen eraf
maar ik blijf vallen
met een wit kleed
het blijft flapperen
flap flap
in de wind
uw haar
valt uit
uw tanden
verkruimelen
uw benen bengelen
als slappe vodjes
achter uw romp
die stilaan verschrompelt
het vlees moet wel verteren
maar wie eet het op?
het rot
wordt bruin
wie eet het op?
de lucht
de lucht eet het op
de lucht eet alles op
uiteindelijk
tot alleen nog het laatste deeltje van mezelf dapper verder valt
één klein celletje
durft de dieperik verder in
misschien zingt het ondertussen wel een liedje
voor zichzelf
op het ritme van de lucht
op het ritme van het gezoef
of misschien draagt dat celletje nog een lapje stof
heeft het z’n eigen wit kleedje
en flappert dat
en zingt hij op dat geflapper een liedje voor zichzelf
flap
tot ik niets meer ben
niets van mij valt
zondag 14 januari 2018
Kou
Heeft de winter ze gebroken
Heeft de kou ze diep gekerfd
Langzaam trekt de tocht ze open
Hun borstkas barst
Pus druipt weg
Paden van ijs verstevigen zich
Iedereen glijdt uit
SPLETS
Ze spatten open
Borstkassen in duizend stukken in een plas van pus
Niemand ontsnapt
Zelfs de tijd staat hier stil
vrijdag 10 maart 2017
vrijdag 10 juni 2016
Elke ochtend staat zij daar
Elke ochtend staat zij daar, gebroken been en zenuwachtig.
Ik vraag mij af waar ze naartoe wil gaan. Maar elke keer verdwijnt ze weer, zonder
dat ik het zag. Zonder dat ik zag naar waar of wie haar meenam of ze hinkte of
ze viel. Ik doe nochtans mijn best te blijven kijken, haar geen moment uit mijn
blikveld te laten gaan. Het moet zijn dat ze in een oogwenk kan verhuizen naar
daar waar ik dus nog niets van weet. Of misschien weet ik er wel alles van, maar
is die kennis onbenut aangezien ik niet weet waarheen ze gaat. Ik heb haar wel
ter plekke al zien dartelen, met dat gebroken been, ingepakt van enkel tot lies
(haar rokje komt erover, ik kan niet werkelijk zien hoe hoog het gaat,
misschien zijn ook haar bekken wel gebroken). Of dartelen is veel gezegd, het
is eerder een soort hinken. Dat kan ook niet anders met zo’n blok, dat neem je
niet zomaar mee. Het trekt, het sleept, vertraagt, beklaagt. Ze vraagt zich op
die momenten misschien af, waarom ze deed wat ze deed waardoor haar been (of
bekken) gebroken werd. Zo gebroken zijn en toch zo zenuwachtig. Dat schept
verwachtingen bij mij. Waar gaat ze heen? Wie brengt haar weg? Stapt ze in of
op? Wil ze? Heeft ze zin? Denkt ze dat de bus hier stopt? Elke ochtend staat
zij daar, gebroken en alleen. Ik weet niet hoe en ik weet niet waar, maar ze
gaat ergens heen.
maandag 16 mei 2016
BANG
ge breekt
mijn botten
ge breekt
mijn stok
ge breekt
mijn darmpkens
AH AH PIJN
kopop
slokin
slappin
wangkrab
wespin
revolver
BANG BANG
schiet
schiet
bot krak bots
gij breekt mij
ik verschiet
mijn botten
ge breekt
mijn stok
ge breekt
mijn darmpkens
AH AH PIJN
kopop
slokin
slappin
wangkrab
wespin
revolver
BANG BANG
schiet
schiet
bot krak bots
gij breekt mij
ik verschiet
Abonneren op:
Posts (Atom)


