Tussen de spleten van het gebogen riet groeit mos, daar slaapt een volkje op. Aan de ene kant rijzen er bergen tot over de rand. Aan de andere kant rust een meer dat soms (voor het volkje) uit het niets begint te golven. Van rusten is er dan geen sprake meer, soms wordt alles nat, het hele volk, alle dieren, bossen, mossen. Alleen de toppen van de hoogste bergen blijven droog. Alhoewel, zijn ze droog onder een laag eeuwige sneeuw? Alhoewel alhoewel, van die eeuwigheid is het volk de laatste tijd niet meer zo zeker. De toppen van de bergen voelen nattigheid. De sneeuw smelt, glijdt van de bergen, verschillende smeltstromen voegen zich samen, vormen rivieren die oeroude dorpen van het volk aantasten, zelfs wegvegen. De dorpelingen wijken noodgedwongen uit en hangen hun hangmatten in het naburige bos terwijl onder hen de grond wegspoelt. Soms schudt alles. Soms is alle stil, rustig, de lucht leesbaar, een vlieg hoorbaar. Ze zien de vijgen groeien en zijn er bijna zeker van dat ze ze zullen proeven. Het volkje weet dat je nooit echt zeker kan zijn. Maar van het verdwijnen van bepaalde zekerheden raakt hun wezen in de war. Diep in de war, onrustig, bijna hulpeloos. Hoop zit slechts in de gedachte dat het zonder hen ook wel verder kan. Misschien zelfs dat uiteindelijk dan alles beter is. Dan kan het meer onverstoorbaar rollende golven laten oprukken zonder dat iemand zich afvraagt ‘waar waarom?’. Dan krijgen de bomen de tijd die ze nodig hebben om te groeien. Al was het volk niet hebberig en gaven ze de ruimte aan de trage reuzen. Nog steeds dus, zo gaat het nog vandaag, het volk is er nog, slaapt nog tussen de gebogen rietstengels, op het zachte mos of in de noodhangmatten, hoort nog het fluiten van de vogels en tracht ze nog te imiteren, kijkt nog naar de bergtoppen, zich afvragend wat ze van op de top zouden zien, vindt nog plezier in surfen op plotse meergolven (dan leggen ze het werk neer en springen met een plank in het woeste water). Ze leven nog, denken nog en voelen nog, al is het steeds vaker met een intriest zwaar verward hart en vermoeide ogen.
Andermans gedichtengoed
poëzie allerlei
goederen (c) Anna Carlier
zaterdag 30 mei 2026
maandag 30 maart 2026
Pad van toevalligheden
gezicht dat ik ken
jong gebleven
onze ogen blijven kleven
hoe een moment kan beklijven
ons laat reizen
naar waar onze levens kantelden
wat onze lijven toen niet
en wel, als hier de juiste plek?
nu het juiste moment?
naarmate je praat herinner ik me meer
zachtheid
een blik die verbindt
en even snel als hoe we vinden -
een zware deur die vraagt om twee keer duwen
een blik naar achter
een falend betaalsysteem
een afspraak met een liefje -
vertrekken we
de wind waait weer verder
tot waar is onzeker
vrijdag 27 februari 2026
Zorgvrouw
we zien haar
halverwege de straat
de tranen sneden
lang geleden
rivieren door haar huid
het regent opzij
in haar incomplete huis
toch, of juist daarom
komt ze naar buiten
in haar hand, aanbiedend
steekt ze voor zich
vrolijk heen en weer schuddend
een pluchen beer uit
die jingle bells zingt
een rood lichtje
verstopt in z'n neus
pinkt
wanneer je ’t knopje in z’n handpalmpje vindt
m'n zoon, de vinnigaard
danst vol vreugde met z’n nieuwe vriend
kan uit ongeduld niet wachten
en zet halverwege het liedje alweer op
(en nog eens en nog een keer en opnieuw en dan nog eens en alweer en nog en nog)
de vrouw lacht
haar hoge mondhoeken zorgen dat
de geulen die het landschap van haar gezicht doorkruisen
nog wat verder wegzinken
ze vertelt
ik lees de diepte van haar verdriet
ben dankbaar voor de vreugde die ze delen wil
in de vorm van een zingende knuffelbeer
vanuit haar deurgat zwaaien we nog een laatste keer naar elkaar
de batterijbeer verlaat de handen van mijn kleinste niet meer
Dijbeen
voor je brak
leek het
alsof je niets te vrezen had
olifant
tijgerreiger
neem mijn dijbeen
ik gids het water naar je mond
je lijf weg van de vlakte
in deze holte kan je schuilen
blijf nog even liggen
ik verbind je benen met karton
heel je wond
haal een mispel
gedicht voor 'Redden wat je raakt'
https://www.klimaatdichters.org/podcast
maandag 5 januari 2026
Afstefenen, wakker worden en weer afstefenen
(sommige letters staan niet op hun plek, het is ochtend voor iedereen)
(ik geef toe, het is een daad van protest)
(ik geef ook toe dat het de enige manier is waarop ik protesteren kan)
(momenteel)
(oke, nu geef ik echt toe, het is oververmoeidheid gecombineerd met luiheid om die oververmoeidheid recht te zetten)
we stefenen af
peilsnel, regelrecht
afgrond in zicht
ik zie ons samen ploederen
in een substantie modderolie
ik trein alvast mijn bekkenbodemspieren
kelder mijn tuin
sla conserfenblikken op
vul een rugzak, waterfilter slaapzak mes
trein alweer, maar nu op stress
mijn lichaam weet niet hoe het rustig moet blijven
ik zoek een hol
om winters lang in te slapen
tot het allemaal voorbij is
ik vind geen tijdreisgrot
of vluchtparadijs
ik dender van de ene in de andere korte nacht
probeer overdag wakker te blijven
om te zorgen voor twee ukkies
in mijn droom (waar ik die vinden kon op zo’n korte nacht is me een ander raadsel)
heb ik tijd voor seks met andere mensen
een man die me vol nieuwe liefde kust aan een fornuis
waar potten waarin ik niet moet roeren voor mij pruttelen
neemt me mee naar zijn zachte zetel
waar ik zijn hardheid tegen mij voel geilen
helaas
wanneer hij met zijn hoofd richting schaamstreek trekt
verandert zijn gezicht in dat van een soort mismaakt kind
geilheid maakt plaats voor verwarkkering (verward wakker worden, het woord zo wanordelijk als de gebeurtenis)
mijn echt volmaakt kind kruipt op mijn randje bed
de resterende plek neemt de slapende grote baby in
tussen beide geplet probeer ik een beetje te ademen
en stil en snel genoeg naar dochters wensen een antwoord te verzinnen op haar vragenvuur - zonder grote baby te wekken
mijn harthoofd komt op gang
stefenen we echt af?
is de afgrond in zicht?
hoe zal ik alles klaarspelen?
kinderen redden uit de modderolie
een stevige bekkenbodem
moeders aardes uitputting terugdraaien
een goed mens zijn
wereldfrede
(gedicht niet door AI gegenereerd)
maandag 1 september 2025
donderdag 17 juli 2025
Een daverend landschap
Een daverend landschap
De aarde zelf komt overeind
Schudt al het kwaad van haar rug
Vangt onschuld in eeuwenoude kruinen
Wezenlijk lichaampje
Bengelend aan een tak
Broze avonturier
De aarde is sterk en wij
Die je willen dragen
Talrijk
Ik neem de tijd
Kijk naar je wonden
Rust hier, kleintje
Op je land
Op je wereld
Kom toe, adem, wees
vrijdag 2 mei 2025
maandag 24 maart 2025
Vredeslied
Kom terug kom terug
Lokt het land
Ga weg, verdwijn
Dreigt de bom
Wie waar eerst
Bedenkt een mens
En nog een mens zegt
Ik ben meer dan een flard
Dit is mijn palm
Dit is mijn borst
Dit is mijn water
wat is mijn land?
De grond waar ik op sta, ga
Waar ik thuis adem
Waar ik moeder
vader
kind
Mezelf vind
Hoor mijn borst
Voel mijn palm
Zie mijn traan
Schud mijn hand

