goederen (c) Anna Carlier
en gastschrijvers





zaterdag 30 mei 2026

In een mandje

 Tussen de spleten van het gebogen riet groeit mos, daar slaapt een volkje op. Aan de ene kant rijzen er bergen tot over de rand. Aan de andere kant rust een meer dat soms (voor het volkje) uit het niets begint te golven. Van rusten is er dan geen sprake meer, soms wordt alles nat, het hele volk, alle dieren, bossen, mossen. Alleen de toppen van de hoogste bergen blijven droog. Alhoewel, zijn ze droog onder een laag eeuwige sneeuw? Alhoewel alhoewel, van die eeuwigheid is het volk de laatste tijd niet meer zo zeker. De toppen van de bergen voelen nattigheid. De sneeuw smelt, glijdt van de bergen, verschillende smeltstromen voegen zich samen, vormen rivieren die oeroude dorpen van het volk aantasten, zelfs wegvegen. De dorpelingen wijken noodgedwongen uit en hangen hun hangmatten in het naburige bos terwijl onder hen de grond wegspoelt. Soms schudt alles. Soms is alle stil, rustig, de lucht leesbaar, een vlieg hoorbaar. Ze zien de vijgen groeien en zijn er bijna zeker van dat ze ze zullen proeven. Het volkje weet dat je nooit echt zeker kan zijn. Maar van het verdwijnen van bepaalde zekerheden raakt hun wezen in de war. Diep in de war, onrustig, bijna hulpeloos. Hoop zit slechts in de gedachte dat het zonder hen ook wel verder kan. Misschien zelfs dat uiteindelijk dan alles beter is. Dan kan het meer onverstoorbaar rollende golven laten oprukken zonder dat iemand zich afvraagt ‘waar waarom?’. Dan krijgen de bomen de tijd die ze nodig hebben om te groeien. Al was het volk niet hebberig en gaven ze de ruimte aan de trage reuzen. Nog steeds dus, zo gaat het nog vandaag, het volk is er nog, slaapt nog tussen de gebogen rietstengels, op het zachte mos of in de noodhangmatten, hoort nog het fluiten van de vogels en tracht ze nog te imiteren, kijkt nog naar de bergtoppen, zich afvragend wat ze van op de top zouden zien, vindt nog plezier in surfen op plotse meergolven (dan leggen ze het werk neer en springen met een plank in het woeste water). Ze leven nog, denken nog en voelen nog, al is het steeds vaker met een intriest zwaar verward hart en vermoeide ogen.

maandag 30 maart 2026

 


soms is er een dag

soms een knie 

Pad van toevalligheden



gezicht dat ik ken

jong gebleven

onze ogen blijven kleven

hoe een moment kan beklijven

ons laat reizen

naar waar onze levens kantelden

wat onze lijven toen niet

en wel, als hier de juiste plek?

nu het juiste moment?

naarmate je praat herinner ik me meer

zachtheid 

een blik die verbindt


en even snel als hoe we vinden - 

een zware deur die vraagt om twee keer duwen 

een blik naar achter 

een falend betaalsysteem 

een afspraak met een liefje - 

vertrekken we


de wind waait weer verder

tot waar is onzeker






vrijdag 27 februari 2026




Paling nestelt zich in de ondermodder
daar waar alles heen zakt

Zorgvrouw

 


we zien haar 

halverwege de straat

de tranen sneden 

lang geleden

rivieren door haar huid


het regent opzij 

in haar incomplete huis

toch, of juist daarom 

komt ze naar buiten

in haar hand, aanbiedend

steekt ze voor zich 

vrolijk heen en weer schuddend 

een pluchen beer uit 

die jingle bells zingt

een rood lichtje 

verstopt in z'n neus

pinkt

wanneer je ’t knopje in z’n handpalmpje vindt


m'n zoon, de vinnigaard 

danst vol vreugde met z’n nieuwe vriend

kan uit ongeduld niet wachten 

en zet halverwege het liedje alweer op 

(en nog eens en nog een keer en opnieuw en dan nog eens en alweer en nog en nog)

de vrouw lacht

haar hoge mondhoeken zorgen dat 

de geulen die het landschap van haar gezicht doorkruisen

nog wat verder wegzinken 

ze vertelt 

ik lees de diepte van haar verdriet

ben dankbaar voor de vreugde die ze delen wil

in de vorm van een zingende knuffelbeer


vanuit haar deurgat zwaaien we nog een laatste keer naar elkaar

de batterijbeer verlaat de handen van mijn kleinste niet meer 




Dijbeen

  

voor je brak

leek het 

alsof je niets te vrezen had

olifant

tijgerreiger


neem mijn dijbeen

ik gids het water naar je mond 

je lijf weg van de vlakte 


in deze holte kan je schuilen

blijf nog even liggen

ik verbind je benen met karton

heel je wond

haal een mispel






gedicht voor 'Redden wat je raakt' 


https://www.klimaatdichters.org/podcast 

maandag 5 januari 2026

Afstefenen, wakker worden en weer afstefenen

 



(sommige letters staan niet op hun plek, het is ochtend voor iedereen) 


(ik geef toe, het is een daad van protest)

(ik geef ook toe dat het de enige manier is waarop ik protesteren kan)

(momenteel)

(oke, nu geef ik echt toe, het is oververmoeidheid gecombineerd met luiheid om die oververmoeidheid recht te zetten)



we stefenen af 

peilsnel, regelrecht 

afgrond in zicht 

ik zie ons samen ploederen 

in een substantie modderolie


ik trein alvast mijn bekkenbodemspieren

kelder mijn tuin 

sla conserfenblikken op

vul een rugzak, waterfilter slaapzak mes

trein alweer, maar nu op stress


mijn lichaam weet niet hoe het rustig moet blijven

ik zoek een hol

om winters lang in te slapen

tot het allemaal voorbij is 


ik vind geen tijdreisgrot

of vluchtparadijs

ik dender van de ene in de andere korte nacht 

probeer overdag wakker te blijven

om te zorgen voor twee ukkies


in mijn droom (waar ik die vinden kon op zo’n korte nacht is me een ander raadsel) 

heb ik tijd voor seks met andere mensen

een man die me vol nieuwe liefde kust aan een fornuis 

waar potten waarin ik niet moet roeren voor mij pruttelen

neemt me mee naar zijn zachte zetel

waar ik zijn hardheid tegen mij voel geilen

helaas

wanneer hij met zijn hoofd richting schaamstreek trekt

verandert zijn gezicht in dat van een soort mismaakt kind


geilheid maakt plaats voor verwarkkering (verward wakker worden, het woord zo wanordelijk als de gebeurtenis)

mijn echt volmaakt kind kruipt op mijn randje bed

de resterende plek neemt de slapende grote baby in

tussen beide geplet probeer ik een beetje te ademen 

en stil en snel genoeg naar dochters wensen een antwoord te verzinnen op haar vragenvuur - zonder grote baby te wekken


mijn harthoofd komt op gang

stefenen we echt af? 

is de afgrond in zicht?

hoe zal ik alles klaarspelen?


kinderen redden uit de modderolie

een stevige bekkenbodem

moeders aardes uitputting terugdraaien

een goed mens zijn

wereldfrede




(gedicht niet door AI gegenereerd)

donderdag 17 juli 2025

Een daverend landschap

 

Een daverend landschap 

De aarde zelf komt overeind

Schudt al het kwaad van haar rug

Vangt onschuld in eeuwenoude kruinen


Wezenlijk lichaampje

Bengelend aan een tak

Broze avonturier

De aarde is sterk en wij

Die je willen dragen

Talrijk 


Ik neem de tijd

Kijk naar je wonden

Rust hier, kleintje 

Op je land

Op je wereld

Kom toe, adem, wees 

vrijdag 2 mei 2025

 

draag laarzen als het regent

en als ze enteren

grijp ze beet bij hun dikke pinken

ontwijk hun grommerig gegraai

zeg hen dat het pijn doet

en laat hen gaan 

maandag 24 maart 2025

Vredeslied


Kom terug kom terug

Lokt het land

Ga weg, verdwijn

Dreigt de bom

Wie waar eerst 

Bedenkt een mens 

En nog een mens zegt

Ik ben meer dan een flard

Dit is mijn palm 

Dit is mijn borst

Dit is mijn water 

wat is mijn land?

De grond waar ik op sta, ga 

Waar ik thuis adem

Waar ik moeder

vader

kind 

Mezelf vind 

Hoor mijn borst

Voel mijn palm 

Zie mijn traan

Schud mijn hand